Importnatie in opkomst: Frankrijk op weg naar nummer 2

22.07.2014 Auteur: Food&Nutrition met als bron o.a. Transfer LBC

De export van voedingsmiddelen van Nederland richting Frankrijk is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. Daarmee is La France hard op weg om na Duitsland ons tweede exportland te worden.

De opmars van de Franse markt mag best opmerkelijk worden genoemd. In 2005 exporteerden Nederlandse producenten voor een kleine 5,2 miljard euro richting Frankrijk (bron: LEI). In 2012 was deze omzet met 40 procent toegenomen, tot 7,3 miljard euro. Daarmee was Frankrijk goed voor iets meer dan 11 procent van de Europese foodimport vanuit Nederland. Nu is een deel van deze export niet afkomstig uit de foodsector, circa 1,07 miljard is afkomstig uit de sierteelt. De andere productgroepen betreffen wel voedingsmiddelen, zowel in bewerkte- als in onbewerkte vorm. Daarbij zijn met name de ‘bewerkte groepen’ interessant voor de industrie. Immers, daar kunnen bedrijven waarde toevoegen. Enkele productgroepen die opvallen, zijn zuivel (meer dan 70 procent groei ten opzichte van 2005), koffie, thee,cacao (+100 procent groei) en ‘bereidingen van aardappelen, groenten en fruit’ (+83 procent).

Meer betalen voor kwaliteit
Er zijn verschillende redenen waarom Nederlandse exporteurs zich succesvol op de Franse markt hebben begeven. Het zijn niet zozeer de sterke punten van de vaderlandse foodsector, maar meer de Franse sector die het op sommige punten heeft laten liggen. Zowel de groenten- en fruitsector als de pluimvee/eiersector in Frankrijk hebben moeite om de internationale concurrentieslag aan te gaan. Daar hebben Nederlandse bedrijven dankbaar gebruik van gemaakt.

Het laatste wil overigens niet zeggen dat de Franse foodconsumptie gedomineerd wordt door import. Maar liefst 70 procent van het volume is afkomstig uit Frankrijk. Een argument dat retailers hanteren, is de beperkte transportafstand en het belang van lokale producten. Vele retailers hebben onder de privatelabelparaplu ook specifieke regionale/Franse productlijnen hangen, zoals Reflets de France van Carrefour (later meer over de distributie). Franse consumenten zijn over het algemeen sterk geïnteresseerd in de herkomst van hun voeding. Gezondheid en milieu zijn sterke drijfveren, wat ook heeft geleid tot een sterke groei van biologische voeding. In tegenstelling tot de Nederlandse consument wil de Franse consument daar ook best meer voor betalen. Circa 16 procent van zijn besteedbaar inkomen gaat naar voeding, in Nederland ligt dit percentage rond de 11. Fransen zijn fijnproevers en waarderen kwaliteit ook met hun portemonnee. Een verademing vergeleken met Nederland!

Bio is populair
Het gezondheidsbewustzijn en (zorgen om) het milieu hebben biologische voeding goed gedaan. Fransen moeten over het algemeen niets hebben van genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen. De groeiende vraag naar biologische voeding heeft ervoor gezorgd dat het Franse areaal voor biologische groenten en fruit fors is gegroeid. De omzet zal in 2015 circa 4,5 miljard euro bedragen. Daarmee is Frankrijk in Europa, na Duitsland, de belangrijkste markt voor bio. Kortom, het is een serieuze markt die niet zomaar zal verdwijnen, ook al is de economische situatie in het land verre van rooskleurig. Retailers hebben vanzelfsprekend ingespeeld op deze ontwikkeling.

Een speler als Intermarché heeft in haar privatelabelassortiment een belangrijke positie ingeruimd voor biologische producten. Système U en Carrefour hebben met U Bio and Carrefour Agir Bio vergelijkbare exercities uitgevoerd.

Een andere route biedt het out-of-homekanaal. In Frankrijk heeft dit kanaal weinig last van de crisis.

Taaie inkopers
Daarmee komen we uit op de distributie. Bedrijven die de hele markt (geografisch) willen bestrijken, zullen bij de verschillende supermarktorganisaties aan moeten kloppen. Dat blijkt in de praktijk geen gemakkelijke weg. Überhaupt binnenkomen is een hele klus en ben je binnen, dan volgen moeizame onderhandelingen. Franse inkopers staan bekend als uiterst taai en bij voorbaat ongeïnteresseerd. Bonne chance!

Een andere route biedt het out-of-homekanaal. Heeft dit kanaal in Nederland behoorlijk last van de crisis, in Frankrijk lijkt OOH gewoon door te groeien. Horeca is in Frankrijk goed voor 50 miljard omzet per jaar, catering ‘doet’ circa 20 miljard. Er zit met name groei in horecaketens die inspelen op snacking, de bekende en minder bekende quickserviceketens als McDonald’s, Agapes Restauration (Flunch, Bistrot du Boucher, Pizza Pai, Les Trois Brasseurs, Amarine, O’Sushi), Quick, Elior, Buffalo Grill, Servair of Groupe Le Duff (Brioche Dorée, Fournil de Pierre, Pizza del’Arte.

Onontgonnen gebied
Naast de supermarkten die prominent aanwezig zijn met hun super- en hypermarkten, zijn er andere kanalen die op het thuisverbruik zijn gericht. Zoals versmarkten, waar Franse consumenten naar toe gaan voor verse en kwalitatief goede voedingsmiddelen, delicatessenwinkels die in stedelijke agglomeraties aanwezig zijn, producentenmarkten (die rechtstreeks leveren aan consumenten) en groothandelsmarkten. De laatstgenoemde is niet gericht op thuisverbruik, maar op het beleveren van de horeca. Rungis in Parijs is onder meer een belangrijke afnemer van Nederlandse voedingsmiddelen.

Qua geografie is Ile-de-France, Parijs en de omliggende regio, een belangrijk afzetgebied. Met ruim 11,5 miljoen inwoners en een relatief hoog besteedbaar inkomen is het een goudmijn, ook voor Nederlandse exporteurs. Naast Ile-de-France richten exporteurs zich ook op de regio Lille-Roubaix, vlak over de grens met België. Nog redelijk ‘onontgonnen’ zijn drie agglomeraties rond Lyon (circa 1,65 miljoen inwoners), Marseille/Nice (ruim 2,5 miljoen) en Nantes/Rennes (1 miljoen). In een bijgaand kader zijn enkele foodbeurzen opgenomen die interessant kunnen zijn voor exporteurs die verder willen gaan dan Ile-de-France en Lille/Roubaix.

Met dank aan: Landbouwbureau Parijs, Rabobank Frankrijk, LEI, Anneke van der Pasch (Managing Consultant Velde Groupe in Lyon), Transfer Latin Business Consultancy.